donderdag 16 mei 2013

perspectief

A. Benoem het perspectief van waaruit je boek geschreven is.
B. Kies drie tekstgedeeltes uit je boek die A. aantonen .
C. Verander een van de tekstgedeeltes in een ander perspectief.

Zet de antwoorden uiterlijk 23 mei op dit blog.

22 opmerkingen:

  1. A. Personaal perspectief (derde persoon)

    B. 1)
    ‘Het is niet de bedoeling dat ja gaat gissen, Bart’, reageerde Notenboom. ‘Weet iemand anders het antwoord?’
    ‘Twaalf.’ Arjan zat onderuit gezakt op zijn stoel en tikte met zijn pen op het tafelblad. Zijn schrift lag dichtgeslagen, want zoals gewoonlijk had hij zijn huiswerk niet gemaakt.
    ‘Goed antwoord. Kun je uitleggen hoe ja daar aan gekomen bent?’ Arjan haalde zijn schouders op en lichtte met een paar woorden zijn antwoord toe. Notenboom knikte en was onder de indruk van het gemak waarmee de jongen dit deed.
    ‘Is het niet beter dat jij een andere opleiding kiest?’
    Arjan trok een pruillip. ‘En dan? Harder lopen dan het nodig is. Daar heb ik weinig zin in.’

    B. 2)
    Rond half elf gingen Toon en zijn vader naar huis en een halfuurtje later hield Arjan het ook voor gezien. Hij gleed van zijn kruk en moest zich vastpakken aan de rand van de bar. Hij herstelde zich en liep de regen in.
    Het licht in de keuken scheen door de kiertjes van de luxaflex naar buiten. Arjan trommelde met zijn vingers op het raam en wachtte totdat zijn moeder de deur open maakte.

    B. 3)
    Arjan viste de pieper uit zijn broekzak en hield het apparaat omhoog.
    ‘Ik was mijn pieper kwijt en ik wist dat ik hem hier voor het laatst had gebruikt. Dus ik heb mezelf opgepiept. Het stomme ding lag onder het bed. Waarschijnlijk was het uit mijn zak gegleden.’ De argwanende blik in Judiths ogen was op slag verdwenen.
    ‘Dan heb je geluk dat je hem teruggevonden hebt, want anders had je problemen met Bea Zondag gekregen.’
    Hij trok een onverschillig gezicht en stopte de pieper terug in zijn zak.
    ‘Gaat u de boel schoonmaken?’
    ‘Ja, anders droogt het bloed zo in, en dan moet je behoorlijk boenen om de vlekken weg te krijgen.’

    C.
    personaal perspectief (derde persoon) > ik-perspectief (eerste persoon)

    B. 2)
    Rond half elf gingen Toon en zijn vader naar huis en een halfuurtje later hield ik het ook voor gezien. Ik gleed van mijn kruk en moest mij vastpakken aan de rand van de bar. Ik herstelde mij en liep de regen in.
    Het licht in de keuken scheen door de kiertjes van de luxaflex naar buiten. Ik trommelde met mijn vingers op het raam en wachtte totdat mijn moeder de deur openmaakte.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Eerwraak - Karin Hilterman

    A. Personaal perspectief, derde persoon

    B. -Nadat Hasan naar zijn kamer was gegaan, deed Dudu de afwas. Ze deed er lang over, liet haar handen door het sop gaan en goot het water van het ene glas over in het andere. Ze wilde niet naar boven. Niet alleen studeren op haar kamer.

    -Boven lag moeder naar de deur te kijken. 'Ik hoorde je thuiskomen, 'kizim', ik hoopte al dat je me thee zou komen brengen. Omdat Dudu niets zei, vroeg moeder: 'Is er iets? Ben je ook ziek? Of heb je iets naars meegemaakt?'

    -Dudu zag de verbijstering van haar moeder en voelde een wilde woede over alle ongelijkheid in zich opkomen. Hier zat ze nu,, met een moeder die nog heel verdrietig was over de dood van haar oudste zuster. Moeder, die de situatie maar van één kant kon beoordelen.

    C. -Nadat Hasan naar zijn kamer was gegaan, deed ik de afwas. Ik deed er lang over, liet mijn handen door het sop gaan en goot het water van het ene glas over in het andere. Ik wilde niet naar boven. Niet alleen studeren op mijn kamer.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. A Personaal perspectief, derde persoon

    B:
    Als ze eindelijk bij de schacht aankomen, laat Emma zich naast haar mand op de grond vallen. Haar schouders doen zeer en ze is helemaal buiten adem. Moet ze dit de hele dag doen, vijftien uur lang? Dat houdt ze nooit vol!

    Een zwak gedreun dringt tot Emma door. Ze spitst haar oren. Wat is dat? Ze luistert, zich nu pas realiserend dat ze even is weggezakt. Lichte trillingen in de aarde verraden de aanwezigheid van… van wat? Een nieuwe instorting? Ze begint te beven, maar kalmeert weer. Nee, daar lijkt het geluid niet op. Ze drukt Rudolfs hand, maar hij reageert niet. Emma laat hem los.

    Zodra Emma heeft gehoord dat de betrekking in Maastricht voor haar is, vertrekt ze. Ze zeult een koffer met zich mee die Rudolf haar heeft laten bezorgen. Het is vroeg in de ochtend en het eerste zonlicht verschijnt in brede, lichte banen boven de huizen. Niemand kan haar uitzwaaien; ze zijn allemaal al naar de mijn.

    C:
    Als we eindelijk bij de schacht aankomen, laat ik me naast mijn mand op de grond vallen. Mijn schouders doen zeer en ik ben helemaal buiten adem. Moet ik dit de hele dag doen, vijftien uur lang? Dat houd ik nooit vol!

    BeantwoordenVerwijderen
  4. A – Personaal perspectief (derde person)
    B – Allan liep naar binnen en ging in zijn stoffige keuken zitten. Hij was in het pachtboerderijtje geboren en getogen, maar hij had zich nog nooit zo ontheemd gevoeld als op dit moment. Hij bekeek zijn dynamietstaven en bevestigde ze op de juiste plekken, waarna hij zijn fietskar vulde met de paar spullen die hij bezat. In de schemering van 3 juni 1929 vertrok hij uit Yxhult bij Flen. De lading dynamiet detoneerde zoals hij dat had berekend precies dertig minuten later. Het pachtboerderijtje vloog in de lucht.
    Vicepresident Truman had zijn favoriete Mexicaanse restaurant in het centrum van Los Alamos laten sluiten, zodat Allan en Truman de plek voor zichzelf hadden, afgezien van een tiental lijfwachten die in de verschillende hoeken verspreid stonden. De verantwoordelijke veiligheidschef had erop gewezen dat meneer Karlsson geen Amerikaan was en niet was nagetrokken, maar Truman wuifde de bezwaren weg met het commentaar dat hij vandaag de meest patriottische man was gebleken die je je kon indenken.
    De man stelde zich voor als een vertegenwoordiger van de Indonesische regering. Hij vertelde dat hij kennis had genomen van een opzienbarende blog op internet en dat hij namens de president het verzoek deed om gebruik te mogen maken van de speciale kennis van de heer Karlsson, als wat er in de blog stond geschreven inderdaad waar bleek te zijn. ‘Mag ik vragen waar de president hulp bij wil hebben?’ vroeg Allan. ‘Er zijn maar twee dingen die ik beter kan dan de meesten. De ene is brandewijn van geitenmelk maken en de andere is een atoombom in elkaar zetten.’
    C – Ik liep naar binnen en ging in mijn stoffige keuken zitten. Ik ben in het pachtboerderijtje geboren en getogen, maar ik had me nog nooit zo ontheemd gevoeld als op dit moment. Ik bekeek mijn dynamietstaven en bevestigde ze op de juiste plekken, waarna ik mijn fietskar vulde met de paar spullen die ik bezat. In de schemering van 3 juni 1929 vertrok ik uit Yxhult bij Flen. De lading dynamiet detoneerde zoals ik dat had berekend precies dertig minuten later. Het pachtboerderijtje vloog in de lucht.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. A - Ik-perspectief
    B - Ik kon me moeilijk voorstellen dat Dona Marina zich door iets of iemand zou laten imiteren. Ze was altijd ontspannen, als een leguaan op een rots in de zon. Senor Greene, he? Ik was niet in het minst verbaasd dat Dona Marina zijn naam had genoemd. Casa Marina was niet het soort tent waar je je gedwongen voelde een valse naam op te geven. Zonder referentie werd je al helemaal niet binnengelaten. Misschien is hij wel politieman. Dat zou me niks verbazen, met die grote voeten van hem

    Ik wierp een blik op de ondergaande zon. We reizen in zuidoostelijke richting, zei ik. Dat was voldoende antwoord. Jezus, zei hij. We komen nooit meer thuis. Daar had hij groot gelijk in. Terwijl je door een kier tussen de planken aan de zijkant van de veewagons staarde naar de eindeloze Russische steppen, werd je bevangen door de ontzagwekkende uitgestrektheid van het land.

    Ik mocht zelfs de straat op - hoewel ik daarbij vanaf een afstandje werd gevolgd - en ik bracht een dag door met wandelen langs de Seine tot ik bij het Ile de la Cité en de Notre-Dame kwam. Het was de eerste keer dat ik Parijs zag zonder dat er overal Wehrmacht was, en zonder honderden borden in het Duits.

    C - Hij mocht zelfs de straat op - hoewel hij daarbij vanaf een afstandje werd gevolgd - en hij bracht een dag door met wandelen langs de Seine tot hij bij het Ile de la Cité en de Notre-Dame kwam. Het was de eerste keer dat hij Parijs zag zonder dat er overal Wehrmacht was, en zonder honderden borden in het Duits

    BeantwoordenVerwijderen
  6. A. Ik-perspectief

    B. Ik had geen zin om in het restaurant te gaan eten. Ik heb nooit zin. Een vaste afspraak in de nabije toekomst is het voorportaal voor de hel, de eigenlijke avond is de hel zelf.

    Ik moest Claire niet aankijken, wij kenden elkaar te goed, mijn ogen zouden me verraden. Daarom deed ik of ik het café rondkeek, of ik buitengewoon geboeid was door het schouwspel van de levendige gesprekken verwikkelde mensen.

    Claire is gewoon slimmer dan ik, ik zeg eerlijk dat het me de nodige tijd heeft gekost om dit toe te geven. In de eerste jaren van onze relatie vond ik haar weliswaar intelligent, maar normaal intelligent; eigenlijk precies zo intelligent als je van een vrouw van mij zou kunnen verwachten.

    C.Hij moest Claire niet aankijken, ze kenden elkaar te goed, zijn ogen zouden hem verraden. Daarom deed Paul of hij het café rondkeek, of hij buitengewoon geboeid was door het schouwspel van de levendige gesprekken verwikkelde mensen.

    BeantwoordenVerwijderen
  7. A. Personaal perspectief, derde persoon

    B. 1)Els zakte op het bed en sloeg haar lange benen over elkaar. Terwijl ze een sigaret opstak, liet ze stilzwijgend haar blik over het beduusde meisje op de stoel glijden. Ze kneep haar ogen tot spleetjes en blies de rook de kamer in. ‘Je moet wel veel van hem houden om dit te doen!’ verbrak de roodharige de stilte.

    2)Ze zag hem staan, nonchalant tegen zijn auto geleund. Hij wenkte en schoot een sigarettenpeuk de straat op. Verwarring en ongeloof vochten van binnen om voorrang. Wat wilde hij van haar? Wat was dit voor jongen? Hij gebaarde weer. ‘Ga dan.’ Fatiha gaf haar een zet. Langzaam kwam Lisa overeind en liep naar hem toe. Ze keek hem met grote vragende ogen aan, zonder iets te zeggen. Hij raakte heel even haar hand aan toen hij zei: ‘Kunnen we na schooltijd samen iets gaan drinken?’ Zijn lach was betoverend.

    3)Enigszins teleurgesteld staarde Lisa naar de letters op het papier. Geen moeder dus, die haar bij de grens opwachtte. Geen Bart, geen Joost. Ze voelde haar hart samenkrimpen. Met een zucht kwam ze omhoog en zocht de gevels af. Een groot uithangbord, halverwege de straat, trok haar aandacht. Ze stak de straat over en ontcijferde de sierletters op het bord: De Valk. Ze opende de deur en ging naar binnen.

    C. Enigszins teleurgesteld staarde ik naar de letters op het papier. Geen moeder dus, die mij bij de grens opwachtte. Geen Bart, geen Joost. Ik voelde mijn hart samenkrimpen. Met een zucht kwam ik omhoog en zocht de gevels af. Een groot uithangbord, halverwege de straat, trok mijn aandacht. Ik stak de straat over en ontcijferde de sierletters op het bord: De Valk. Ik opende de deur en ging naar binnen.

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Eerwraak - Helen Vreeswijk

    A. Personaal perspectief (derde persoon)

    B. 1) 'Het regent', wees Letiva het plan af. 'En ik heb trouwens geen geld om de stad in te gaan. 'Nu het stapavondje in Utrecht stond te gebeuren legde ze voor de zekerheid al haar geld opzij. Stel dat Elif gelijk had en Sam haar zelf de entree en drank liet betalen? Het zou ontzettend lom zijn, kwetsend zelfs. Ze kon zich niet voorstellen dat haar Sam...Maar wat had ze nou voor ervaring met Nederlandse jongens?

    2)'Pap, mam, ik wil mijn vriendin voorstellen', zei Sam. Hij had zijn hand rond haar taille gelegd en dat gaf haar mentaal wat steun. 'Dit is Letiva, 'Verbaasd staarden ze Letiva onderzoekend aan en het duurde even voordat er een reactie kwam. 'Je vriendin? 'Mevrouw Visser was duidelijk van slag en zocht oogcontact met haar man. Het was een fractie van een seconde maar het was Letiva niet ontgaan.

    3) Ze had minutenlang naar haar gsm in haar hand gekeken. Ze klapte het klepje van het toestel open, toetste het nummer in en drukte het ook weer direct weg. Ze sloot haar ogen, verzamelde al haar moed en drukte opnieuw het nummer in. Terwijl ze op haar lip beet, wachtte ze af. Toen nam haar moeder op: 'Hallo?' Letiva hield haar adem in. 'Mama...' Het klonk iel en wanhopig. Meer kwam er niet uit. De woorden die ze op de wc had gerepeteerd waren vergeten. Ze verbrak haastig de verbinding en sprong op. De zenuwen hadden haar maag van streek gemaakt. Ze haalde nog net de wc. Trok de deur open, zakte door haar knieën en braakte heftig.

    C. Ik zat al minutenland naar mijn gsm in mijn handen te kijken. Ik klapte het klepje van het toestel open, verzamelde al mijn moed en drukte opnieuw het nummer in. Terwijl ik op mijn lip beet, wachtte ik gespannen af. Toen nam mijn moeder op: 'Hallo?' Ik hield mijn adem in. 'Mama...' Mijn stem klonk iel en wanhopig. Meer kwam er niet uit. De woorden die ik op de wc had gerepeteerd was ik plotseling vergeten. Ik verbrak haastig de verbinding terwijl ik opsprong. De zenuwen hadden waarschijnlijk mijn maag van streek gemaakt, ik haalde nog net de wc voordat ik door mijn knieën zakte en heftig moest braken.

    BeantwoordenVerwijderen
  9. A. personele perspectief, derde persoon

    B.
    'Johan,' zei hij ten slotte. 'Je kunt gaan. Dit kan ik wel alleen.' 'Arve,' zei de advocaat. 'Ik geloof niet dat je...' 'Ga naar huis om te slapen Johan. Ik bel je later.' 'Als jouw advocaat moet ik je...' 'Als mijn advocaat moet je je bek houden en vertrekken, Johan. Begrepen?'

    Het deksel viel dicht en het werd stikdonker. Oleg hoorde dat de sleutel in het slot werd omgedraaid en dat snelle passen zich verwijderden. Hij probeerde zijn tong op te tillen en hem aan de achterkant van de prop te krijgen om die eruit te duwen. Hij moest ademhalen. Moest lucht hebben.

    Rakel deed wat hij zei. Ze had Oleg niet uit de kelder horen komen, misschien kon hij ontsnappen als zij Mathias maar bezighield. 'Ik wil het weten,' zei ze en ze hoorde dat haar tranen haar stem verstikten. 'Omdat je een hoer bent.'

    C. Ik deed wat hij zei. Ik had Oleg nog niet uit de kelder horen komen, misschien kon hij ontsnappen als ik Mathias bezighield. 'Ik wil het weten' zei ik en ik hoorde dat mijn tranen mijn stem verstikten. 'Omdat je een hoer bent.'

    BeantwoordenVerwijderen
  10. A ik-perspectief

    B Ik deed geen moeite meer om de bioscoop binnen te komen. Ik had het opgegeven en liep verder over de straat, in de richting van een supermarkt. Opeens stierf ik van de honger.

    Ik probeerde me voor te stellen dat David met haar op het bal was, maar dat lukte me niet. Ik durfde te wedden dat het schoolbal helemaal niks voor David was. Misschien was julia wel opgelucht dat het uit was tussen hen omdat ze anders niet naar het schoolbal had gekund.

    Het diner was een beetje vreemd en heel lawaaiig. Joe en ik, Meg en Gavin probeerden boven de herrie uit te komen, terwijl Andie en Hannah de hele tijd zaten te schreeuwen tegen hun vrienden aan de tafel naast ons. Toen iedereen klaar was met eten begon de dj muziek te draaien, maar niemand stond op om te gaan dansen. Daarom ging ik maar even naar de wc en bleef daar een paar minuten voor de grote spiegel staan.

    C Ze deed geen moeite meer om de bioscoop binnen te komen. Ze had het opgegeven en liep verder over de straat, in de richting van een supermarkt. Opeens stierf ze van de honger.

    BeantwoordenVerwijderen
  11. A. ik perspectief.

    B. 1) ' Sorry, meisje. Het spijt me voor je.` Sjefs ellebogen rusten op het bureau, hij zet zijn vingertoppen tegen elkaar. Ik kijk langs hem heen door de smoezelige, in alluminium gevatte ruiten.

    2) Pas bij thuiskomst begint het goed to me door te dringen dat ik maandag niet meer op de redactie wordt verwacht. Ik heb amper de kans gekregen om afscheid te nemen van mijn collega's.

    3) Ik voel me niet beter. Ik voel me juist ellendiger, verwarder en bovenal nuttelozer dan ooit, na een doorwaakte nacht waarin ik mijn colaatjes ben gaan aanlengen met Bacardi todat de fles leeg was, urenlang op de bank hebgelegen en heb gezapt van het ene naar het andere tv-kanaal.

    C. Pas bij thuiskomst begint het tot haar door te dringen dat ze maandag niet meer op de redactie wordt verwacht. Ze heeft amper de tijd gekregen om afscheid te nemen van haar collega's

    BeantwoordenVerwijderen
  12. Jan Terlouw - Koning van Katoren

    A. Personaal perspectief (derde persoon)

    B. Hij schiet een voorbijganger aan om te vragen waar het gemeentehuis is. 'Meneer kunt u me zeggen...' De man loopt door en schijnt hem niet te horen.'

    Buiten wachten weer de journalisten. Stach vertelt hun van de tweede opdracht en evenals de vorige keer hollen ze naar hun kranten om het nieuws te publiceren

    'Noem je beloning' roept de burgemeester. 'Noem hem, vijf miljoen? Tien miljoen? Zeg maar wat je wilt hebben.' 'Een treinkaartje,' zegt Stach.

    C. Buiten wachten weer de journalisten. Ik vertel ze over de tweede opdracht en evenals hollen ze naar hun kranten om het nieuws te publiceren.

    BeantwoordenVerwijderen
  13. A: Personaal perspectief (derde persoon).

    B: 1) Nadat ze halverwege de ochtend nog een paar uur geslapen had, besloot Scarlett de dag opnieuw te beginnen. Ze ging op weg naar de douche. Het duurde altijd even voordat de waterleiding van hotel Hopewell doorhad welke tempratuur je wilde. De kraan was standaard afgesteld op ‘dood door bevriezing of door verbranding’. Op dit moment kon Scarlett zich daar niet druk over maken. Ze nam wat er kwam, en wat er kwam was kou. Bittere, ondraaglijke kou, die bijna prettig aanvoelde in de hitte. Ze klemde haar kaken op elkaar en verdroeg het water, liet het over haar rug lopen.

    2) Voor het eerst sinds Scarlett had verklaard dat ze opnieuw ging beginnen, had ze echt het gevoel van een nieuw begin. Het nieuws over het programma was zo geweldig en verrasend dat het de wolken wegblies die na de ontmoeting met Eric ware opgedoemd.

    3) Scarlett lag op haar bed naar een vergeelde plek op het plafond te staren. Het leek wel alsof die meer boven haar bed zat dan boven dat van Lola. Ze kon nu naar Lola’s bed verhuizen, als ze dat wilde. Onder die plek vandaan. Nee. Het zou altijd Lola’s bed blijven. Haar plek was hier, bij het raam. Zo zat de wereld in elkaar en zo moest hij blijven.

    C: Nadat ik halverwege de ochtend nog een paar uur geslapen had, besloot ik de dag opnieuw te beginnen. Ik ging op weg naar de douche. Het duurde altijd even voordat de waterleiding van hotel Hopewell doorhad welke tempratuur je wilde. De kraan was standaard afgesteld op ‘dood door bevriezing of door verbranding’. Op dit moment kon ik me daar niet druk over maken. Ik nam wat er kwam, en wat er kwam was kou. Bittere kou, ondraaglijke kou, die bijna prettig aanvoelde in de hitte. Ik klemde mijn kaken op elkaar en verdroeg het water, liet het over mijn rug lopen.

    BeantwoordenVerwijderen
  14. Deze reactie is verwijderd door de auteur.

    BeantwoordenVerwijderen
  15. Deze reactie is verwijderd door de auteur.

    BeantwoordenVerwijderen
  16. A. Ik-perspectief


    B. "De straten van Breda zijn bezaaid met drunken kikkers, lachende boeren, zingende pastors, hitsige kippen, geile elfjes en andere types die je in Amsterdam niet tegenkomt. Maud en ik zijn voor drie dagen geremigreerd."

    "Ik heb er weken naar uitgekeken en alles tot in de puntjes voorbereid. Luna is een weekendje bij mijn schoonmoeder, via Ramons dealer heb ik wat vitamins op de kop getikt en heb ik uitgeplozen waar Frenk en Maud en Ramon zaterdag uitgaan en waar ik met Roos dus weg moet blijven."

    "Ik ga op mijn knieen tussen haar benen zitten. Ik duw met mijn middel tegen haar kruis. Ze schudt nee. 'Ik kan niet van je afblijven. Stuur me maar weg, anders blijf ik bezig', zucht ik. Ik ben zo geil als Patrick Kluivert na een avondje Sinners. Ze kijkt me even aan. Dan pakt ze me bij de kraag van mijn overhemd en trekt me naar zich toe. Haar badjas is van haar schouders gevallen, nu is ze helemaal naakt.

    C. Laatste deel
    Hij gaat op zijn knieen tussen haar benen zitten. Hij duwt met zijn middel tegen haar kruis. Ze schudt nee. Hij kan niet van haar afblijven. 'Stuur me maar weg, anders blijf ik bezig', zucht ik. Hij is zo geil als Patrick Kluivert na een avondje Sinners. Ze kijkt hem even aan. Dan pakt ze hem bij de kraag van mijn overhemd en trekt hem naar zich toe. Haar badjas is van haar schouders gevallen, nu is ze helemaal naakt.

    Jens Sutterland

    BeantwoordenVerwijderen
  17. A: In dit boek gaat het over 4 mensen, de psychiater Joris, zijn vrouw Rosa en twee patiënten, Robbie en Jelle. Joris en Rosa hun stukken zijn geschreven in het alwetend maar die van Robbie en Jelle zijn geschreven in het ik perspectief.
    B: ‘’Met een mengeling van opwinding en ongeduld wachtte Rosa op het moment dat Joris weer naar buiten zou komen. Was dit de opening? Ging het vanavond gebeuren? De tekst van een lied van Rod Stewart, dat ze als meisje van veertien prachtig had gevonden, flitste door haar hoofd.’’

    ‘’Jelle: voetstappen op de gang zijn het teken dat ze komen ik weet wat er van me verlangd wordt en ga zitten mijn rug tegen de muur en de deken over mijn benen. Iemand tikt met een sleutel op het raampje dat maakt een scherp geluid het snijdt in mijn oren en dringt in mijn hoofd om daar de weg vrij te maken voor de stem die vraagt of het goed is dat ze even naar binnen komen een onzinnige vraag want ze gaan het toch doen wat ik ook zeg’’

    ‘’Robbie: ze zijn weer op de oprit bezig, anders dan de eerste keer, maar even boeiend. Het is waar wat ze altijd zeggen – niemand is zo gestoord als de psychiater zelf. Als twee van die geitenharentypes met elkaar aan de slag gaan moet het wel een puinhoop worden, dat kan niet anders. Koren op mijn molen – wat ik hier buiten te zien krijg, is vast een slap aftreksel van wat zich binnen allemaal afspeelt.’’

    C: Ongeduldig en opgewonden wacht ik tot het moment dat Joris weer naar buiten komt. Was dit de opening? Ging het vanavond? De tekst van het lied van Rod Stewart dat ik prachtig vond toen ik 14 was flitste door mijn hoofd.

    Bas de Feijter

    BeantwoordenVerwijderen
  18. A: Dit boek is in het "ik-perspectief" geschreven. Het meisje Fing vertelt het verhaal.

    B: "Ik had nog nooit een vulpen gekregen. Ik kende niemand die er eentje had. Behalve de zusters van school dan. Ik voelde mijn wangen warm worden."

    " 'De vloed!!'riep Muulke.
    'O, hou je kop.'zei ik.
    'Nu ga je elke maand verschrikkelijk bloeden. Ik kende een meisje dat...'
    Er volgde een ellenlang gruwelverhaal.
    Oma Mei maakte die ochtend warme melk met lindebloesem. Zelfs de Pap en mijn broers moesten iets in de gaten hebben. Ze kwamen even kijken, bleven bedremmeld in de deuropening staan en wuifden. Ze wuifden! Alsof ik aan boord was gegaan van een schip, dat koers gezet had naar een onmogelijk ver oord.

    "Ik had nooit gedacht dat kermis en oorlog bij elkaar konden horen. Of lachen en oorlog. Maar het kon. Sterker, het was de doodnormaalste zaak van de wereld. Tegenover ons zaten twee Pruuse. Ze hielden hun soldatenhelmen in hun handen. Er was er eentje bij met zulk dun haar dat je zijn schedel zag. Er zat een grote sproet op. Toen ze zagen dat ik keek knipoogde er eentje naar me."

    C: "Fien had nog nooit een vulpen gekregen. Ze kende niemand die er eentje had. Behalve de zusters van school dan. Haar wangen werden warm en kleurde rood."

    BeantwoordenVerwijderen
  19. A: Mijn boek is geschreven vanuit het ik-perspectief. De hoofdpersoon Michael Bellicher. Hij vertelt de dingen zoals hij ze ziet en ervaart.

    B: "TODAY IS THE FIRST DAY OF THE REST OF YOUR LIFE stond er op zijn T-shirt. Grote, zwarte letters op wit katoen. 'Ik hoop het niet', zei ik. Ik vertelde wat er aan de hand was en Richard luisterde zonder iets te zeggen of te vragen. Hij knikte alleen af en toe. Na een tijdje pakte hij zijn mobiel en belde Klasman op een ander nummer. Een nummer dat ik niet had. Hij kreeg hem onmiddellijk aan de lijn."

    "Richard wel. Hij mikte er twee in de oven. Ik hing mijn jasje over de rugleuning van een stoel en pakte boterhammen en een stuk paté. Karl zat aan tafel. Hij pakte een schrijfblok en een pen. 'Overdracht eind maart', zei hij. 'Dat wil zeggen dat het voor die tijd is gebeurd. Tussen het tekenen van het koopcontract en het passeren van de akte zit toch zeker een week of vier. Al was het alleen maar om zo'n hypotheek rond te krijgen.' Hij telde terug. 'Dan zitten we in februari', zei hij."

    "'Ik was overal en nergens', zei ik. Ik had elke dag wel drie of vier afspraken, meestal ergens in Den Bosch of Den Helder. Ik bladerde heen en weer. Afspraken met andere klanten kwamen voorbij. Feestjes, etentjes, borrels. Het afscheid van Peter toen hij naar Australië vertrok. Karl schreef alles onder elkaar, in heldere korte omschrijvingen, maar nergens sprong er iets uit, iets wat zich duidelijk leende voor het stelen van mijn identiteit. Iedereen had het kunnen doen, ergens, maar er was geen aanknopingspunt te vinden."

    C: TODAY IS THE FIRST DAY OF THE REST OF YOUR LIFE stond er op zijn T-shirt. Grote, zwarte letters op wit katoen. 'Ik hoop het niet', zei Michael. Michael vertelde wat er aan de hand was en Richard luisterde zonder iets te zeggen of te vragen. Hij knikte alleen af en toe. Na een tijdje pakte hij zijn mobiel en belde Klasman op een ander nummer. Een nummer dat Michael zelf niet had. Hij kreeg hem onmiddellijk aan de lijn.

    BeantwoordenVerwijderen
  20. De ogen van de condor - Lydia Rood
    A. ik-vertelsituatie
    B. 1)
    Toen mijn vriend en zijn zus naar huis waren, gaf ik het ook op. Ik gooide mijn geweer, een kale boomtak, in de struiken, zwaaide naar de anderen en slenterde naar het huisje van Dona Marta. Ik woonde al zo lang ik me kon herinneren bij Dona Marta. Ik ben niet haar enige kleinkind, maar wel de enige van de troep die nooit iemand anders heeft gedaan dan haar.
    2)
    Ik begon er met opzet niet meer over en ik denk dat Miguel ook expres zweeg over het onderwerp. Want van onze heldhaftige plannen om Liseth te bevrijden was weinig over, sinds we met huid en haar waren opgeslokt door het kampleven en het trainingprogramma.
    3)
    Opeens voelde ik dat ik werd aangestaard. Voor het eerst sinds de mannen weg waren, keek ik om me heen. Degene die me fixeerde was een vrouwelijke kameraad die in een grote ketel linzen stond te roeren. Stoom en de rook van het houtvuur dreven in flarden tussen haar en mij door.
    C.'Ik werd zo zenuwachtig van dat wachten'. Ik had kunnen zeggen dat het angst heette, dat gevoel waar ik last van gehad. Ik had kunnen zeggen dat ik te vroeg had geschoten, op de eerste jeep al, waar maar twee man in hadden gezeten.


    BeantwoordenVerwijderen
  21. A. Personaal perspectief (derde persoon)
    B. 1. Het leek inderdaad alsof elk haartje op Scaffolo Hutts hoofd doortrokken was van licht – blauwzwart bij de wortels, met goudspikkeltjes aan de uiteinden. Het zag er zo overvloedig uit dat Hermux de verleiding bijna niet kon weerstaan om zijn poot uit te strekken en zachtjes op Hutts hoofd te kloppen of het echt was.
    2. Toen hij zich op een stoel liet vallen, voelde hij een verpletterend gewicht op zijn schouders drukken. Hij wist dat hij zo snel mogelijk haar kamer uit moest voor hij in hopeloze tranen zou uitbarsten.
    3. Hermux zorgde ervoor dat hij een flink stuk achter de rat bleef. Hij probeerde op te lossen in de drukke menigte op het trottoir, liep als het kon met groepjes mee, bleef voor etalages staan als het niet kon, stak over naar de andere kant van de straat, maar verloor de rat geen moment uit het oog.
    C. De muis Hermux kwam net uit het fitnessapparaat, bezweet en er moe uitziend. “Jeetje!” hijgde hij. “Ik ben uitgeput. Ik hoop dat we gauw gaan eten. En ik zou graag even een dutje willen doen.” Dit stemde zuster Taarman niet. “Weet hij niet dat we helemaal geen tijd hebben!” dacht ze. Ze bleef beleeft. “Meneer Poelmix. Ik ben blij dat ik u hier tref. Gelukkig hebben we een annulering gehad. Ik heb u ingeplant voor een volledige vachtbehandeling. Meldt u zich onmiddellijk in behandelingskamer 3”

    BeantwoordenVerwijderen
  22. A. Het verhaal heeft een auctoriaal (alwetend) perspectief.
    B. 1) Spaghetti is Anouks lievelingskostje en omdat ze ziek is, heeft Lisa vanochtend al besloten dat ze dat zouden eten. Dan wist ze zeker dat Anouk een paar hapjes zou eten. Nu betwijfelt ze ofze zelf meer dan een paar hapjes naar binnen kan krijgen.
    2) 'Mama?' Met een vlugge beweging dringt Lisa langs de man heen en vormt met haar lichaam een buffer tussen de ongenode gast en haar dochter. Als hij Anouk iets wil aandoen, zal hij er eerst langs moeten. Dat zal hem misschien niet veel moeite kosten, maar iedere tel dat ze hem in de keuken kan houden is er een. 'Stil maar, lieverd,' roept ze Anouk geruststellend toe. 'Wie is dat?' vraagt het kind angstig.
    3) Opnieuw brengt ze met Anouk de nacht door in de kelder, maar als Kreuger hen er de volgende ochtend uit laat, is er een verandering in zijn houding opgetreden. Hij staat er bijna schutterig bij, maakt nog net geen excuus. Tot Lisa's verbazing heeft hij de ontbijttafel gedekt en staat de koffie al klaar. In een afwachtende stemming gaat ze aan tafel zitten.
    C. 'Mama?' met een vlugge beweging dring ik langs de man een en vorm met mijn lichaam een buffer tussen de ongenode gast en mijn dochter. Als hij Anouk iets wil aandoen, zal hij er eerst langs moeten. Dat zal hem misschien niet veel moeite kosten, maar iedere tel dat ik hem in de keuken kan houden is er een. 'Stil maar, lieverd,' roep ik Anouk geruststellend toe. 'Wie is dat?' vraagt het kind angstig.

    BeantwoordenVerwijderen